ECLI:NL:RVS:2007:BB4325

Raad van State

Datum uitspraak
26 september 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200700587/1
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • W. van den Brink
  • B. Klein Nulent
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:2 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen vrijstelling singuliere detailhandel

Het college van burgemeester en wethouders van Dongeradeel verleende op 11 oktober 2005 een vrijstelling aan een belanghebbende voor het exploiteren van singuliere detailhandel in een pand te Dokkum. Appellanten, waaronder Oosterpoort Dokkum B.V., stelden dat zij als concurrenten belanghebbenden waren en maakten bezwaar tegen dit besluit. Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk en de rechtbank Leeuwarden verklaarde het beroep van appellanten ongegrond.

Appellanten stelden in hoger beroep dat zij wel als belanghebbenden moesten worden aangemerkt omdat zij in hetzelfde marktsegment actief zijn en concurreren met de belanghebbende. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat Oosterpoort niet als concurrent kan worden gezien omdat de vrijstelling betrekking heeft op het exploiteren van detailhandel door de belanghebbende zelf en niet op verhuur aan detaillisten. Bovendien is het pand van Oosterpoort niet in gebruik voor detailhandel.

De Afdeling concludeerde dat de stelling dat Oosterpoort in de toekomst detailhandel zou kunnen uitoefenen onvoldoende concreet is om appellanten als belanghebbenden te kwalificeren. Er is geen persoonlijk belang aangetoond dat rechtstreeks door het besluit wordt geraakt. Daarom is het hoger beroep ongegrond verklaard en is de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.

Uitspraak

200700587/1.
Datum uitspraak: 26 september 2007
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid "Oosterpoort Dokkum B.V." en [appellant b], gevestigd, respectievelijk wonend te Dokkum, gemeente Dongeradeel,
appellanten,
tegen de uitspraak in zaak no. AWB 06/905 van de rechtbank Leeuwarden van 8 december 2006 in het geding tussen:
appellanten
en
het college van burgemeester en wethouders van Dongeradeel.
1.    Procesverloop
Bij besluit van 11 oktober 2005 heeft het college van burgemeester en wethouders van Dongeradeel (hierna: het college) aan [belanghebbende] vrijstelling verleend voor het gebruiken van het pand op het perceel [locatie] te Dokkum voor singuliere detailhandel.
Bij besluit van 10 februari 2006 heeft het college het door appellanten daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
Bij uitspraak van 8 december 2006, verzonden op 11 december 2006, heeft de rechtbank Leeuwarden (hierna: de rechtbank) het door appellanten daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak hebben appellanten bij brief van 19 januari 2007, bij de Raad van State ingekomen op 22 januari 2007, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 16 februari 2007. Deze brieven zijn aangehecht.
Bij brief van 5 maart 2007 heeft [belanghebbende] die in de gelegenheid is gesteld als partij aan het geding deel te nemen een reactie ingediend.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 12 september 2007, waar [appellant b] in persoon, bijgestaan door mr. I. Bouwman, en het college, vertegenwoordigd door W. de Vries, ambtenaar bij de gemeente, zijn verschenen.
2.    Overwegingen
2.1.    Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt onder belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.
2.2.    Appellanten betogen dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat appellanten niet als belanghebbenden bij het besluit van 11 oktober 2005 kunnen worden aangemerkt. Appellanten voeren daartoe aan dat [belanghebbende] en Oosterpoort Dokkum B.V. (hierna: Oosterpoort) zich als eigenaren en verhuurders van onroerende zaken in Dokkum in hetzelfde marktsegment bewegen en dus concurrenten van elkaar zijn. Daartoe achten zij van belang dat Oosterpoort een pand aan de Hogendijken te Dokkum verhuurt en exploiteert en dat dit pand, evenals het pand van [belanghebbende], geschikt is om ten behoeve van detailhandel te worden gebruikt.
2.2.1.     De Afdeling is met de rechtbank van oordeel dat Oosterpoort niet als concurrent van [belanghebbende] kan worden aangemerkt. Daartoe is van belang dat de aan [belanghebbende] verleende vrijstelling niet ziet op het verhuren van haar pand aan detaillisten, maar op het door [belanghebbende] zelf exploiteren van een detailhandelsbedrijf in dat pand. Bovendien is van belang dat het pand van Oosterpoort in het geheel niet in gebruik is ten behoeve van detailhandel. Zoals de rechtbank terecht heeft overwogen is de enkele stelling van appellanten dat Oosterpoort in de toekomst haar pand zou kunnen gaan verhuren aan detaillisten dan wel in dat pand zelf singuliere detailhandel zou kunnen gaan uitoefenen, onvoldoende concreet om te oordelen dat appellanten om die reden als concurrent van [belanghebbende] zijn aan te merken en door het vrijstellingsbesluit in hun concurrentiebelang worden getroffen. De rechtbank heeft voorts terecht overwogen dat ook anderszins niet is gebleken van een persoonlijk belang waarin appellanten door het besluit van 11 oktober 2005 rechtstreeks worden getroffen. Het betoog van appellanten slaagt niet.
2.3.    Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
2.4.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3.    Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. W. van den Brink, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. B. Klein Nulent, ambtenaar van Staat.
w.g. Van den Brink    w.g. Klein Nulent
Lid van de enkelvoudige kamer    ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 26 september 2007
218-494.