ECLI:NL:RVS:2007:BB4325
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- B. Klein Nulent
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen vrijstelling singuliere detailhandel
Het college van burgemeester en wethouders van Dongeradeel verleende op 11 oktober 2005 een vrijstelling aan een belanghebbende voor het exploiteren van singuliere detailhandel in een pand te Dokkum. Appellanten, waaronder Oosterpoort Dokkum B.V., stelden dat zij als concurrenten belanghebbenden waren en maakten bezwaar tegen dit besluit. Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk en de rechtbank Leeuwarden verklaarde het beroep van appellanten ongegrond.
Appellanten stelden in hoger beroep dat zij wel als belanghebbenden moesten worden aangemerkt omdat zij in hetzelfde marktsegment actief zijn en concurreren met de belanghebbende. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat Oosterpoort niet als concurrent kan worden gezien omdat de vrijstelling betrekking heeft op het exploiteren van detailhandel door de belanghebbende zelf en niet op verhuur aan detaillisten. Bovendien is het pand van Oosterpoort niet in gebruik voor detailhandel.
De Afdeling concludeerde dat de stelling dat Oosterpoort in de toekomst detailhandel zou kunnen uitoefenen onvoldoende concreet is om appellanten als belanghebbenden te kwalificeren. Er is geen persoonlijk belang aangetoond dat rechtstreeks door het besluit wordt geraakt. Daarom is het hoger beroep ongegrond verklaard en is de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.