ECLI:NL:RVS:2007:BB4434
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling mvv-vereiste bij verblijfsvergunning regulier buiten schuld niet voldoen door asielgerelateerde omstandigheden
De zaak betreft een vreemdeling die een aanvraag deed voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking dat hij buiten zijn schuld niet uit Nederland kan vertrekken. De minister wees de aanvraag af omdat de vreemdeling niet voldeed aan het mvv-vereiste. De vreemdeling voerde aan dat hij door Roemenië als vluchteling was erkend en daarom niet verplicht kon worden contact op te nemen met de diplomatieke vertegenwoordiging van zijn land van herkomst.
De rechtbank had de vreemdeling in het gelijk gesteld, stellende dat de asielgerelateerde omstandigheden vrijstelling van het mvv-vereiste rechtvaardigden. De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen dit oordeel, stellende dat de strikte scheiding tussen asiel en regulier in de Vreemdelingenwet 2000 betekent dat asielgerelateerde beletselen geen rol mogen spelen bij de beoordeling van een reguliere verblijfsvergunning.
De Raad van State oordeelt dat de rechtbank deze scheiding niet heeft onderkend en dat de asielgerelateerde omstandigheden niet tot vrijstelling van het mvv-vereiste kunnen leiden in het kader van een reguliere verblijfsvergunning. De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd.