ECLI:NL:RVS:2007:BB4697

Raad van State

Datum uitspraak
28 september 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200705982/1
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • J.H. van Kreveld
  • C. Sparreboom
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 18.14 Wet milieubeheerArt. 18.16 Wet milieubeheerArt. 6:2 Algemene wet bestuursrechtArt. 8:81 Algemene wet bestuursrecht
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om handhavingsmaatregelen en voorlopige voorziening inzake geluidsoverlast bij scholengemeenschap in Almelo

Verzoekers hebben het college van burgemeester en wethouders van Almelo bij brief van 30 mei 2007 verzocht om geluidmetingen te verrichten en handhavingsmaatregelen te treffen op grond van de Wet milieubeheer rondom de openbare scholengemeenschap Erasmus te Almelo. Nadat de gemeente aanvankelijk niet tijdig op het verzoek had beslist, hebben verzoekers bezwaar gemaakt tegen het uitblijven van een beslissing en een voorlopige voorziening gevraagd.

Tijdens de zitting op 19 september 2007 is gebleken dat er telefonisch contact was geweest waarin de gemeente meende dat verzoekers geen beslissing meer wensten, maar dit bleek niet het geval. De gemeente heeft vervolgens bij brief van 1 augustus 2007 bevestigd het verzoek alsnog als handhavingsverzoek te beschouwen.

De Voorzitter oordeelt dat de gemeente uiterlijk vier weken na 1 augustus 2007 had moeten beslissen, maar dit niet heeft gedaan, wat in strijd is met artikel 18.16 van de Wet milieubeheer. Daarom wordt het verzoek om een voorlopige voorziening als gegrond toegewezen en wordt het college opgedragen binnen twee weken een beslissing te nemen. Tevens wordt het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht.

Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders van Almelo wordt opgedragen binnen twee weken een beslissing te nemen op het verzoek om handhavingsmaatregelen en wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.

Uitspraak

200705982/1.
Datum uitspraak: 28 september 2007
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[verzoekers], allen wonend te Almelo,
en
het college van burgemeester en wethouders van Almelo,
verweerder.
1.    Procesverloop
Verzoekers hebben verweerder bij brief van 30 mei 2007 verzocht geluidmetingen te verrichten in de omgeving van de openbare scholengemeenschap Erasmus aan de Sluiskade NZ 68 te Almelo, alsmede om ten aanzien van deze scholengemeenschap handhavingsmaatregelen te treffen op grond van de Wet milieubeheer.
Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen het uitblijven van een beslissing op het in genoemde brief vervatte verzoek om handhavingsmaatregelen te treffen. Voorts hebben verzoekers de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De Voorzitter heeft de zaak ter zitting behandeld op 19 september 2007, waar [een van de verzoekers], in persoon en bijgestaan door ing. M.H. Middelkamp, en verweerder, vertegenwoordigd door ing. M. de Wever, ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen. Verder is namens de openbare scholengemeenschap Erasmus het woord gevoerd door H. Schoenmaker.
Buiten bezwaren van partijen zijn nadere stukken in het geding gebracht.
2.    Overwegingen
2.1.    Ingevolge artikel 18.14, eerste lid, van de Wet milieubeheer kan een belanghebbende aan een bestuursorgaan dat bevoegd is tot toepassing van bestuursdwang, oplegging van een last onder dwangsom of intrekking van een vergunning of ontheffing, verzoeken een daartoe strekkende beschikking te geven.
Artikel 18.16, eerste lid, van de Wet milieubeheer bepaalt, voor zover hier van belang, dat de beschikking op een overeenkomstig artikel 18.14, eerste lid, gedaan verzoek zo spoedig mogelijk wordt gegeven, doch uiterlijk vier weken na de datum waarop het verzoek is ontvangen.
Ingevolge artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Algemene wet bestuursrecht wordt het niet tijdig nemen van een besluit voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep met een besluit gelijkgesteld.
2.2.    Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat enige tijd na de ontvangst van de brief van 30 mei 2007 bij de gemeente Almelo, over de verdere gang van zaken telefonisch contact heeft plaatsgevonden tussen verzoekers en een ambtenaar van de gemeente. Bedoelde ambtenaar heeft uit dit contact begrepen dat verzoekers niet langer prijs stelden op een beslissing op het in de brief vervatte verzoek om handhavingsmaatregelen te treffen op grond van de Wet milieubeheer. Nadat gebleken was dat verzoekers wel degelijk nog prijs stelden op een beslissing op het verzoek om handhaving, heeft verweerder bij brief van 1 augustus 2007 aan verzoekers te kennen gegeven de brief van 30 mei 2007 alsnog als handhavingsverzoek op te vatten.
2.3.    Gelet op het vorenstaande is de Voorzitter van oordeel dat verweerder in ieder geval gehouden was om uiterlijk vier weken na 1 augustus 2007 een beslissing te nemen op het verzoek om handhavingsmaatregelen te treffen op grond van de Wet milieubeheer. Verweerder heeft dit, in strijd met artikel 18.16, eerste lid, van de Wet milieubeheer, echter niet gedaan.
2.4.    Het verzoek dient als kennelijk gegrond te worden toegewezen. De Voorzitter ziet aanleiding de na te melden voorlopige voorziening te treffen. De Voorzitter acht op dit moment geen termen aanwezig om, zoals verzoekers hebben verzocht, aan het naleven van deze voorziening een dwangsom te verbinden.
2.5.    Verweerder dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.
3.    Beslissing
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.    treft de voorlopige voorziening dat het college van burgemeester en wethouders van Almelo wordt opgedragen binnen twee weken na verzending van deze uitspraak met inachtneming daarvan een beslissing op het verzoek te nemen en deze op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken;
II.    veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Almelo tot vergoeding van bij verzoekers in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 120,33 (zegge: honderdtwintig euro en drieëndertig cent), waarvan een gedeelte groot € 80,50 is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het dient door de gemeente Almelo aan verzoekers onder vermelding van het zaaknummer te worden betaald;
III.    gelast dat de gemeente Almelo aan verzoekers het door hen voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 143,00 (zegge: honderddrieënveertig euro) vergoedt.
Aldus vastgesteld door mr. J.H. van Kreveld, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. C. Sparreboom, ambtenaar van Staat.
w.g. Van Kreveld    w.g. Sparreboom
Voorzitter    ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 28 september 2007
195.