ECLI:NL:RVS:2007:BB4711
Raad van State
- Hoger beroep
- B. van Wagtendonk
- P.J.J. van Buuren
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vrijstelling en bouwvergunning bedrijfsverzamelgebouw ondanks parkeerplaatsenverlies
Het college van burgemeester en wethouders van Kerkrade verleende op 24 januari 2006 vrijstelling en bouwvergunning voor het oprichten van een bedrijfsverzamelgebouw met negen appartementen op een perceel in Kerkrade. Dit bouwplan leidde tot het vervallen van 35 openbare parkeerplaatsen, terwijl slechts 14 parkeerplaatsen in een parkeerkelder werden gerealiseerd. Appellanten maakten bezwaar tegen deze besluiten en voerden onder meer aan dat de parkeercapaciteit niet nagenoeg gelijk bleef en dat alternatieve parkeerplaatsen onvoldoende bereikbaar waren.
De voorzieningenrechter van de rechtbank Maastricht verklaarde het beroep van appellanten ongegrond. Hiertegen stelden appellanten hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het hoger beroep behandeld en overwogen dat het college terecht vrijstelling verleende op grond van artikel 19, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, omdat de parkeercapaciteit niet nagenoeg gelijk bleef. De Raad oordeelde dat het college zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat voldoende alternatieve parkeerplaatsen beschikbaar zijn, waaronder nabijgelegen parkeerplaatsen bij het ziekenhuis en Superconfex.
Verder concludeerde de Raad dat het bouwplan niet in strijd is met het bestemmingsplan, aangezien het pand kleinschalige, lokaal georiënteerde kantoren huisvest, waaronder het CWI, UWV en de afdeling Sociale Zaken. De ruimtelijke onderbouwing voldeed aan de gestelde eisen en het college kon in redelijkheid besluiten tot handhaving van de vrijstelling. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de vrijstelling en bouwvergunning wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.