ECLI:NL:RVS:2007:BB5813

Raad van State

Datum uitspraak
11 oktober 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200705328/2
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • P.J.J. van Buuren
  • B.S. Jansen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 19 Wro
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen wijzigingsplan verplaatsing volkstuinen Bleskensgraaf

Het college van burgemeester en wethouders van Graafstroom stelde op 20 maart 2007 het wijzigingsplan verplaatsing volkstuinen Bleskensgraaf vast. Het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland verleende op 12 juni 2007 goedkeuring aan dit wijzigingsplan. Verzoekers maakten bezwaar tegen deze goedkeuring en stelden dat de volkstuinen op de beoogde locatie niet gerealiseerd kunnen worden omdat de ontsluitingsweg niet kan worden aangelegd vanwege een bebouwingscontour in het Streekplan Zuid-Holland Oost.

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het wijzigingsplan zelf niet voorziet in de ontsluitingsweg, maar slechts de bestemming van gronden wijzigt. Voor de ontsluitingsweg is een vrijstelling verleend die nog niet onherroepelijk is. Gezien de mogelijke afhankelijkheid van de volkstuinen van de ontsluitingsweg werd deze kwestie nader bekeken.

Uit correspondentie bleek dat een ambtenaar van de provincie meende dat de bebouwingscontour onjuist was weergegeven, waardoor de ontsluitingsweg buiten de contour zou vallen. De Voorzitter volgde dit niet, verwijzend naar een eerdere uitspraak dat de bebouwingscontour geen betekenis heeft voor infrastructuur, die zowel stedelijk als landelijk gebied omvat.

Daarom zag de Voorzitter geen reden om aan de uitvoerbaarheid van het wijzigingsplan te twijfelen en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening tegen het wijzigingsplan verplaatsing volkstuinen Bleskensgraaf is afgewezen.

Uitspraak

200705328/2.
Datum uitspraak: 11 oktober 2007
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[verzoekers], allen wonend te [woonplaats]
en
het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland,
verweerder.
1.    Procesverloop
Bij besluit van 20 maart 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Graafstroom "Wijzigingsplan verplaatsing volkstuinen Bleskensgraaf" vastgesteld.
Verweerder heeft bij besluit van 12 juni 2007, kenmerk DRM/ARW/07/2694A, beslist over de goedkeuring van het wijzigingsplan.
Tegen dit besluit hebben verzoekers bij brief van 27 juli 2007, bij de Raad van State ingekomen op dezelfde dag, beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 20 september 2007.
Bij brief van 30 juli 2007, bij de Raad van State ingekomen op dezelfde dag, hebben verzoekers de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De Voorzitter heeft de zaak ter zitting behandeld op 25 september 2007, waar verzoekers, vertegenwoordigd door mr. J. van Manen, advocaat te Sliedrecht, en verweerder, vertegenwoordigd door mr. J.M. de Haas-Rood, ambtenaar in dienst van de provincie, zijn verschenen.
Voorts is het college van burgemeester en wethouders, vertegenwoordigd door P. Hugense en C. Stuij, ambtenaren in dienst van de gemeente, als partij gehoord.
2.    Overwegingen
2.1.    Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2.2.    Verzoekers stellen zich op het standpunt dat verweerder ten onrechte goedkeuring heeft verleend aan het wijzigingsplan ten behoeve van de verplaatsing van volkstuinen in Bleskensgraaf. Zij voeren aan dat de volkstuinen op de beoogde locatie niet kunnen worden gerealiseerd, nu de ontsluitingsweg voor deze volkstuinen niet kan worden aangelegd. Volgens verzoekers verzet de bebouwingscontour uit het partieel herziene Streekplan Zuid-Holland Oost (hierna: het Streekplan), na herstel van een daarin aanwezige fout, zich tegen aanleg van de ontsluitingsweg.
2.3.    De Voorzitter stelt voorop dat onderhavig wijzigingsplan niet voorziet in een ontsluitingsweg, maar uitsluitend in de wijziging van de bestemming "Agrarische doeleinden" in de bestemming "Volkstuinen" van een aantal gronden. Voor de geplande ontsluitingsweg nabij de volkstuinen is op grond van artikel 19 van Pro de Wet op de Ruimtelijke Ordening vrijstelling verleend van het geldende bestemmingsplan. Deze vrijstelling is nog niet onherroepelijk. Nu voorshands echter niet kan worden uitgesloten dat realisering van de bestemming "Volkstuinen" mede afhankelijk is van de aanleg van de geplande ontsluitingsweg, ziet de Voorzitter aanleiding om de mogelijkheid tot aanleg van deze weg nader te bezien.
2.3.1.    Uit de door verzoekers overgelegde correspondentie volgt dat een ambtenaar in dienst van de provincie zich op het standpunt stelt dat de bebouwingscontour in het Streekplan abusievelijk onjuist is weergegeven nabij gronden waarvan de bestemming is gewijzigd. Wanneer de bebouwingscontour juist zou zijn getekend, zou een afbuiging van de geplande ontsluitingsweg daarbuiten vallen. De Voorzitter is echter, gelet op de uitspraak van de uitspraak van de Afdeling van 21 juli 2004, no.
200301816/1, van oordeel dat de bebouwingscontour, waarmee in het Streekplan de verstedelijking wordt gestuurd, geen betekenis heeft voor infrastructuur. Infrastructuur maakt immers noodzakelijkerwijs deel uit van zowel het stedelijke als het landelijke gebied. Gelet hierop ziet de Voorzitter in het betoog van verzoekers geen aanleiding voor het oordeel dat moet worden getwijfeld aan de uitvoerbaarheid van het onderhavige wijzigingsplan.
2.4.    Gelet op het vorenstaande ziet de Voorzitter aanleiding om het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.
2.5.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3.    Beslissing
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. P.J.J. van Buuren, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. B.S. Jansen, ambtenaar van Staat.
w.g. Van Buuren     w.g. Jansen
Voorzitter     ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 11 oktober 2007
399.