Uitspraak
200505282/1JSV 2005, 158), aanvaardt de verzender door een poststuk niet aangetekend te verzenden, het risico dat de ontvangst daarvan in geval van ontkenning niet aannemelijk kan worden gemaakt.
Raad van State
Appellant heeft bij zes afzonderlijke besluiten van de raad voor rechtsbijstand te Leeuwarden een vergoeding voor piketdiensten over de periode 8 tot en met 13 december 2005 aangevraagd. Deze aanvragen zijn op 13 maart 2006 afgewezen omdat appellant niet als strafpiketadvocaat geregistreerd stond in die periode. De bezwaren tegen deze besluiten zijn bij besluit van 19 juni 2006 ongegrond verklaard. De rechtbank Leeuwarden heeft op 5 maart 2007 het beroep van appellant tegen deze besluiten eveneens ongegrond verklaard.
Appellant stelde dat hij zich op 13 januari 2005 schriftelijk had aangemeld voor deelname aan de piketdienst, wat blijkt uit een verzendrapport van een faxbericht. De raad ontkende de ontvangst van dit bericht. De rechtbank achtte het verzendrapport onvoldoende bewijs vanwege een foutpagina en concludeerde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij zich had aangemeld. Ook stelde appellant dat hij eind 2005 aan de deelname-eisen voldeed, maar dit maakte volgens de rechtbank niet uit.
De Raad van State overweegt dat het risico van niet-aannemelijke ontvangst bij niet-aangetekende verzending voor rekening van de verzender komt. Het hoger beroep faalt daarom en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De afwijzing van de vergoeding voor piketdiensten wordt bevestigd omdat appellant niet als strafpiketadvocaat geregistreerd stond.