ECLI:NL:RVS:2007:BB7257
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- P.A. Offers
- Rechtspraak.nl
Vreemdelingenbewaring en ongewenstverklaring: beoordeling proportionaliteit en gezinsleven
De zaak betreft een hoger beroep van de staatssecretaris tegen een uitspraak van de rechtbank die de vreemdelingenbewaring van een vreemdeling onterecht als een te zwaar middel beoordeelde. De vreemdeling verbleef sinds 1999 in Nederland, was ongewenst verklaard vanwege ernstige vermoedens van misdrijven in Afghanistan, en was in bewaring gesteld wegens het risico op ontduiking van uitzetting.
De rechtbank had overwogen dat de bewaring disproportioneel was, mede vanwege het langdurige verblijf van de vreemdeling in Nederland, zijn niet-ontsnappen aan toezicht en het belang van zijn bedrijf en voorbereiding op de procedure. De staatssecretaris stelde dat de rechtbank de ernst van de ongewenstverklaring en het belang van openbare orde miskende.
De Raad van State oordeelde dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij zich beschikbaar zou houden voor uitzetting, en dat de bewaring gerechtvaardigd was om ontduiking te voorkomen. Ook de inmenging in het gezinsleven met zijn partner en broer werd als gerechtvaardigd beoordeeld. Het beroep van de vreemdeling op een lichter middel faalde, omdat geen minder ingrijpend alternatief was aangetoond.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Tevens werd het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd.