ECLI:NL:RVS:2007:BB7285
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen nadere milieueisen helikopterlandingsplaats
Bij besluit van 31 juli 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht nadere eisen gesteld aan een inrichting aan de Meijewetering 21 te Utrecht vanwege de uitbreiding met een helikopterlandingsplaats. Verzoekers maakten bezwaar en vroegen om een voorlopige voorziening.
De Voorzitter behandelde de zaak op 11 oktober 2007 en oordeelde dat de vraag of alle verzoekers als belanghebbenden konden worden aangemerkt niet beslissend was voor het verzoek om voorlopige voorziening. De Voorzitter ging ervan uit dat de gemeente nader onderzoek zou doen in de bezwaarprocedure.
Verzoekers stelden onder meer dat het geluidrapport onvolledig en onjuist was, dat geen rekening was gehouden met de nabijgelegen manege en het geluid van de A2, en dat het vliegen op zondag ten onrechte niet was verboden. De Voorzitter oordeelde dat het geluidrapport voldoende was en dat de geluidgrenswaarden uit het Besluit konden worden gehaald. De manege valt niet onder de bescherming van het Besluit en het geluid van de A2 is niet veroorzaakt door de inrichting.
Verder stelde de Voorzitter dat de nadere eisen alleen betrekking hadden op geluid en niet op brandveiligheid, zodat die aspecten buiten de procedure vielen. Gezien deze overwegingen wees de Voorzitter het verzoek om voorlopige voorziening af en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de nadere milieueisen voor de helikopterlandingsplaats is afgewezen.