Uitspraak
200606965/1, dient bij de beantwoording van de vraag of wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid alleen rekening te worden gehouden met de toename van de parkeerbehoefte als gevolg van de realisering van het bouwplan. Een reeds bestaand tekort kan als regel buiten beschouwing worden gelaten.
200506325/1, mag het college, hoewel het niet aan een welstandsadvies is gebonden en de verantwoordelijkheid voor welstandstoetsing bij hem berust, aan het advies in beginsel doorslaggevende betekenis toekennen. Het overnemen van een welstandsadvies behoeft in de regel geen nadere toelichting, tenzij de aanvrager of een derde-belanghebbende een tegenadvies overlegt van een andere deskundig te achten persoon of instantie. Dit is slechts anders indien het advies van de welstandscommissie naar inhoud en wijze van totstandkoming zodanige gebreken vertoont dat het college dit niet - of niet zonder meer - aan zijn oordeel omtrent de welstand ten grondslag heeft mogen leggen. Hiervan is geen sprake. Er bestaat derhalve geen grond voor het oordeel dat het college voormeld welstandsadvies niet aan het besluit op bezwaar ten grondslag had mogen leggen. Het onderdeel van het door appellant overgelegde rapport van Diederendirrix architecten waarin wordt ingegaan op de welstandsaspecten van het bouwplan, geeft geen aanleiding voor een ander oordeel. Er is geen grond om aan te nemen dat de welstandscommissie onvoldoende op de hoogte was van omvang, situering en relatie tot de omgeving van het bouwplan.