ECLI:NL:RVS:2007:BB7334
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- A.W.M. Bijloos
- M.A.A. Mondt-Schouten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning
De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde appellant een boete van €8.000 op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav), omdat appellant twee vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning arbeid liet verrichten.
Appellant stelde dat hij te goeder trouw handelde omdat de vreemdelingen in het bezit waren van een sofinummer, waardoor hij dacht dat een vergunning was verstrekt. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak.
De Raad overwoog dat appellant bekend had moeten zijn met de verplichting tot het aanvragen van een tewerkstellingsvergunning en dat het bezit van een sofinummer niet betekent dat zonder vergunning arbeid mag worden verricht. Ook het ontbreken van opzet en het maken van een vergissing rechtvaardigen geen matiging van de boete.
De Raad concludeert dat de boete terecht is opgelegd en dat de beleidsregels omtrent boetebedragen correct zijn toegepast. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €8.000 wegens het laten verrichten van arbeid door vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning.