Bij uitspraak van 4 september 2007 heeft de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een voorlopige voorziening getroffen door besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer te schorsen. Deze besluiten betroffen vergunningen en vrijstellingen voor agrarische nevenactiviteiten en de bouw van een paardenstal op een perceel in Zoetermeer.
Verzoeker heeft vervolgens verzocht om opheffing van deze voorlopige voorziening. De Voorzitter heeft dit verzoek behandeld tijdens een zitting op 25 oktober 2007, waarbij partijen aanwezig waren. Uit de eerdere uitspraak bleek dat de toegestane oppervlakte voor agrarische nevenactiviteiten op het perceel maximaal 330 m2 mocht bedragen, terwijl het bouwplan een oppervlakte van 426,17 m2 zou realiseren, wat een overschrijding betekent.
Het college stelde dat met planologische inpassing van de aanwezige longeerbak en mestopslag de strijdigheid met het bestemmingsplan zou worden opgeheven. Echter, de Voorzitter oordeelde dat het tijdelijk staken van het gebruik van de mestplaat niet betekent dat de voorlopige voorziening kan worden opgeheven, omdat de mestplaat nog aanwezig is en opnieuw gebruikt zal worden. Ook was de procedure voor vrijstelling van de mestplaat niet wezenlijk gevorderd.
Gezien het ontbreken van gewijzigde omstandigheden en het feit dat het bouwplan niet in overeenstemming is met het bestemmingsplan, wees de Voorzitter het verzoek tot opheffing van de voorlopige voorziening af. Tevens werd aangegeven dat de bodemprocedure naar verwachting in februari 2008 zal plaatsvinden en dat er geen aanleiding was voor een proceskostenveroordeling.