Uitspraak
200506140/1, heeft de Afdeling het door appellant tegen het goedkeuringsbesluit ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Breda verleende op 9 oktober 2003 een vrijstelling en op 4 december 2003 een bouwvergunning voor het intern verbouwen van een woonboerderij op een perceel te Breda. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, dat door het college in mei 2004 ongegrond werd verklaard. De rechtbank Breda verklaarde het beroep van appellant deels gegrond en gaf het college opdracht een nieuw besluit te nemen.
Het college nam in oktober 2005 een nieuw besluit waarin het bezwaar van appellant werd gegrond verklaard, maar de bouwvergunning werd gehandhaafd met aangepaste motivering. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep van appellant ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat het college bij de beslissing op bezwaar mocht toetsen aan het inmiddels geldende bestemmingsplan "Buitengebied Teteringen", dat op 31 mei 2005 was goedgekeurd. Er was geen reden om de uitspraak van de rechtbank uit te stellen in afwachting van een verzoek om herziening. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.