Uitspraak
200400798/1, heeft overwogen, dient bij de beantwoording van de vraag of wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid alleen rekening te worden gehouden met de toename van de parkeerbehoefte als gevolg van de realisering van het project. Een reeds bestaand tekort mag derhalve buiten beschouwing worden gelaten.
200506325/1, mag het college, hoewel het niet aan een welstandsadvies is gebonden en de verantwoordelijkheid voor welstandstoetsing bij hem berust, aan het advies in beginsel doorslaggevende betekenis toekennen. Het overnemen van een welstandsadvies behoeft in de regel geen nadere toelichting, tenzij de aanvrager of een derde-belanghebbende een tegenadvies overlegt van een andere deskundig te achten persoon of instantie. Dit is slechts anders indien het advies van de welstandscommissie naar inhoud en wijze van totstandkoming zodanige gebreken vertoont dat het college dit niet - of niet zonder meer - aan zijn oordeel omtrent de welstand ten grondslag heeft mogen leggen. Hiervan is echter geen sprake. De door appellant genoemde omstandigheid dat op het moment dat het welstandsadvies van 26 november 2004 werd uitgebracht de welstandsnota van Hoogeveen nog niet was vastgesteld, leidt niet tot het oordeel dat sprake is van een gebrek als hiervoor bedoeld. De welstandscommissie heeft op 21 juni 2005 en derhalve na vaststelling van de welstandsnota op 14 januari 2005, een definitief en positief welstandsadvies ten aanzien van het project uitgebracht.