Uitspraak
200201760/1(Gst. 2003, 7182, 51), kunnen aan de ruimtelijke onderbouwing van een project minder zware eisen worden gesteld, naarmate de inbreuk van dat project op het bestaande planologische regime geringer is.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Sint-Michielsgestel verleende op 8 november 2005 een vrijstelling en bouwvergunning voor de nieuwbouw van het gemeentehuis op het terrein van Viataal, dat volgens het bestemmingsplan bestemd is voor maatschappelijke doeleinden en het Instituut voor Doven. Appellanten maakten bezwaar tegen deze vergunning en stelden beroep in bij de rechtbank, die de beroepen ongegrond verklaarde.
De appellanten stelden hoger beroep in bij de Raad van State en voerden aan dat de ruimtelijke onderbouwing van het bouwplan onvoldoende was, dat het bestemmingsplan verouderd was, dat het bouwplan in strijd was met de Structuurvisie 1999-2015 en dat onvoldoende rekening was gehouden met archeologische waarden. Ook werd betoogd dat de keuze voor het terrein van Viataal onzorgvuldig was vanwege hogere bouwkosten dan alternatieven.
De Raad van State oordeelde dat de ruimtelijke onderbouwing, bestaande uit een notitie waarin de relatie met het bestemmingsplan en landelijke ruimtelijke nota's werd toegelicht, voldeed aan de eisen. De nieuwbouw maakte slechts een geringe inbreuk op het bestemmingsplan en paste binnen het bouwvlak en de voorschriften. De Structuurvisie en archeologisch onderzoek boden geen grond voor bezwaar. De keuze voor het bouwterrein werd niet onzorgvuldig geacht omdat het alternatief niet aantoonbaar beter was.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bouwvergunning voor het gemeentehuis bevestigd.