ECLI:NL:RVS:2007:BB7837
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- P. Klein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging intrekking toestemming beveiligingswerkzaamheden wegens onvoldoende grond
De korpschef van de Politie Zeeland trok op 24 december 2005 de aan een persoon verleende toestemming voor beveiligingswerkzaamheden in, vanwege uitlatingen die de belangen van de veiligheidszorg en de goede naam van de bedrijfstak zouden schaden. De betrokkene had tijdens een verkeerscontrole verklaard bij ongeregeldheden niet in te grijpen vanwege zijn woonadres in de nabijheid van het café waar hij werkte.
De rechtbank Middelburg oordeelde dat deze uitlating onvoldoende was om de betrouwbaarheid en geschiktheid van de betrokkene in twijfel te trekken en vernietigde het besluit tot intrekking. De korpschef stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Raad van State overwoog dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat de uitlating niet zodanig ernstig was dat de intrekking gerechtvaardigd was. Hoewel de korpschef aannemelijk maakte dat de uitlating aandacht behoefde, was er voldoende tijd om minder ingrijpende maatregelen te nemen. De Raad volgde de rechtbank in het oordeel dat de intrekking op onvoldoende grondslag berustte en bevestigde de uitspraak.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd, en het griffierecht werd vastgesteld op €422,00.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vernietiging van de intrekking van de toestemming wegens onvoldoende grondslag.