ECLI:NL:RVS:2007:BB8148
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins de Vin
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatigheid besluit afwijzing verblijfsvergunning na taalanalyse en contra-expertise
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris tegen een uitspraak van de rechtbank die het beroep van een vreemdeling tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel gegrond verklaarde. De vreemdeling had een taalanalyse laten uitvoeren door de Zwitserse taaldienst Lingua, waartegen hij een contra-expertise wilde laten verrichten.
De Raad van State oordeelt dat de vreemdeling niet tijdig kenbaar heeft gemaakt dat hij een contra-expertise wilde laten uitvoeren en dat hij daartoe ook geen stappen heeft ondernomen tijdens de besluitvormingsfase. Het verzoek om uitstel voor het indienen van een zienswijze was niet gericht op het laten uitvoeren van een contra-expertise. Hierdoor kon de minister de contra-expertise niet betrekken bij zijn besluit.
De Raad stelt vast dat de rechtbank ten onrechte het in beroep overgelegde contra-expertiserapport heeft betrokken bij haar beoordeling. De taalanalyse door Lingua is op zorgvuldige wijze tot stand gekomen en de minister mocht van de deskundigheid van dat bureau uitgaan. De vreemdeling heeft zijn identiteit en nationaliteit niet aannemelijk gemaakt, waardoor de minister terecht de verblijfsvergunning heeft geweigerd.
De Raad verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning blijft in stand.