ECLI:NL:RVS:2007:BB8280
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- P.A. Offers
- M.A.A. Mondt Schouten
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen weigering machtiging voorlopig verblijf op grond van artikel 8 EVRM
Appellante en haar kinderen vroegen om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) om bij hun Nederlandse echtgenoot en vader te verblijven. De minister van Buitenlandse Zaken wees de aanvraag van appellante op 4 augustus 2006 af en verklaarde het bezwaar ongegrond bij besluit van 8 december 2006. Op diezelfde datum werd aan de kinderen van appellante wel een mvv verleend.
De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van appellante ongegrond, maar heeft nagelaten in te gaan op de beroepsgrond dat het besluit tot weigering van appellante en de verlening aan haar kinderen een schending van artikel 8 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) oplevert. De Raad van State oordeelt dat de voorzieningenrechter ten onrechte dit aspect buiten beschouwing heeft gelaten.
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt daarom de uitspraak van de voorzieningenrechter en wijst de zaak terug aan de rechtbank voor herbehandeling met inachtneming van artikel 8 EVRM Pro. Tevens worden de proceskosten in hoger beroep vastgesteld en wordt bepaald dat de Staat het betaalde griffierecht aan appellante vergoedt.
Uitkomst: De uitspraak van de voorzieningenrechter wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank voor herbeoordeling met inachtneming van artikel 8 EVRM.