ECLI:NL:RVS:2007:BB8369
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- W. van Hardeveld
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar inzake Wob-verzoek bij Kamer van Koophandel
Appellant verzocht de Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Centraal Gelderland om informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) over de doorhaling van een inschrijving in het Handelsregister. De KvK verklaarde het bezwaar tegen haar besluit niet-ontvankelijk omdat de gevraagde documenten niet zouden bestaan.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant eveneens niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang en veroordeelde appellant in de proceskosten. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het beroep niet-ontvankelijk had verklaard omdat appellant wel degelijk belang had bij een beoordeling van het besluit. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep gegrond. De KvK had ten onrechte geen heroverweging gemaakt op het bezwaar. De Raad verklaarde het bezwaar ongegrond omdat de gevraagde documenten niet bestaan en veroordeelde de KvK tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het beroep bij de rechtbank wordt gegrond verklaard en het bezwaar wordt ongegrond verklaard; de Kamer van Koophandel wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.