Uitspraak
200701498/1volgt dat in een geval als het onderhavige de instandhoudingsdoelstelling van zowel de speciale beschermingszone in de zin van de Vogelrichtlijn als die van het gebied van communautair belang in de zin van de Habitatrichtlijn moet worden betrokken bij de vraag of een vergunning als bedoeld in artikel 19d van de Natuurbeschermingswet 1998 is vereist en zo ja, of die vergunning kan worden verleend. Gelet hierop is een rechtstreeks beroep op artikel 6, derde lid, van de Habitatrichtlijn in de onderhavige procedure omtrent de verlening van een vergunning krachtens de Wet milieubeheer niet aan de orde.
200605039/1heeft overwogen -, en anders dan bij toepassing van artikel 8.12a, derde lid, van de Wet milieubeheer, geen ruimte voor een afweging door het bevoegd gezag. Dit betekent dat verweerder een voorschrift aan de vergunning had moeten verbinden, inhoudende dat op een daarbij aan te geven wijze moet worden bepaald of aan de in de vergunning opgenomen geluidgrenswaarden wordt voldaan. Nu hij dit heeft nagelaten is het bestreden besluit op dit punt in strijd met artikel 8.12, vierde lid, van de Wet milieubeheer.