ECLI:NL:RVS:2007:BB8910
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- M.M. van der Smissen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen sepotbesluit officier van justitie
Op 22 mei 2006 heeft de officier van justitie appellant geïnformeerd over zijn beslissing om hem niet verder te vervolgen wegens onvoldoende wettig bewijs. Appellant stelde bezwaar tegen het uitblijven van een besluit op zijn bezwaar, waarna de rechtbank Zwolle-Lelystad dit beroep niet-ontvankelijk verklaarde op 19 april 2007.
Appellant stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State. De kern van het geschil betrof de vraag of de toekenning van een sepotcode als een zelfstandig besluit moet worden gezien, los van het besluit om niet verder te vervolgen. De Raad van State oordeelde dat de sepotcode slechts de motivering van het vervolgingsbesluit is en geen afzonderlijk besluit vormt.
Daarom is het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard omdat het niet tijdig beslissen op een bezwaar tegen een niet-bestaand zelfstandig besluit niet aan de orde is. De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep tegen het sepotbesluit wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.