Uitspraak
200510395/1) zijn ook deze besluiten in rechte onaantastbaar geworden.
Raad van State
Appellant heeft bij besluit van 3 april 2006 een aanvraag tot ontheffing van het verbod om een ligplaats in te nemen in een bepaalde locatie afgewezen gekregen door de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat. Na verschillende besluiten en bezwaarprocedures, waarbij eerdere besluiten in rechte onaantastbaar zijn geworden, heeft de voorzieningenrechter de beroepen van appellant ongegrond verklaard.
Appellant voerde aan dat hij buiten de begrenzing van de locatie lag en dat hij pas in 2005 over sociaal-medische rapporten beschikte die als nieuw gebleken feiten moesten worden beschouwd. De Afdeling overwoog dat bij herhaalde afwijzingen het beoordelingskader vastligt en alleen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden een hernieuwde toetsing rechtvaardigen.
De Afdeling concludeerde dat de door appellant aangevoerde feiten en stukken niet als nieuw konden worden aangemerkt omdat deze reeds in eerdere procedures ingebracht hadden kunnen worden. Ook de sociaal-medische omstandigheden waren niet nieuw, aangezien appellant deze eerder had kunnen aanvoeren. Daarom is het hoger beroep ongegrond verklaard en is de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.