Uitspraak
200105932/1heeft de Afdeling het tegen het besluit van 29 oktober 2001 ingestelde beroep gegrond verklaard en dit besluit vernietigd.
Raad van State
Appellanten hadden bij besluit van 11 juni 1999 een verzoek om schadevergoeding ingediend dat door verweerder werd afgewezen. Na een eerdere vernietiging van een besluit op bezwaar door de Afdeling bestuursrechtspraak, nam verweerder op 7 december 2006 nieuwe besluiten die appellanten aanvochten met beroep bij de Raad van State.
Verweerder stelde dat het ging om primaire besluiten en dat artikel 7:1a Awb van toepassing was, waarmee appellanten de bezwaarprocedure konden overslaan. De Afdeling oordeelde echter dat verweerder geen verzoek tot rechtstreeks beroep had ontvangen en appellanten ook niet bereid waren geweest dit te doen. Volgens artikel 7:1 Awb Pro hadden appellanten eerst bezwaar moeten maken voordat zij beroep instelden.
De Afdeling verklaarde de beroepen niet-ontvankelijk en stuurde de beroepschriften terug als bezwaarschriften naar verweerder. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 26 november 2007.
Uitkomst: De beroepen tegen de besluiten tot afwijzing van schadevergoeding zijn niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een voorafgaand bezwaar.