ECLI:NL:RVS:2007:BB9436
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bouwvergunning tweede fase ondanks bezwaar appellant
Het college van burgemeester en wethouders van Zandvoort verleende op 2 december 2005 van rechtswege een bouwvergunning tweede fase voor de uitbreiding van een woning op een perceel te Zandvoort. Appellant maakte bezwaar tegen deze vergunning, stellende dat de wijzigingen geen ondergeschikte aard hadden en dat een nieuwe eerste fase vergunning had moeten worden aangevraagd. De voorzieningenrechter verklaarde het bezwaar gegrond en schorste het besluit, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de aangebrachte wijzigingen, waaronder aan de gevel en dakconstructie, inderdaad van ondergeschikte aard waren en dat het bouwplan geen wezenlijke wijzigingen had ondergaan. Het college had bovendien de constructie van het bouwplan getoetst en akkoord bevonden volgens het Bouwbesluit 2003. Het bezwaar van appellant dat deze toets onvoldoende was, werd verworpen.
De Raad van State bevestigde de eerdere uitspraak en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De bouwvergunning tweede fase bleef daarmee in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de bouwvergunning tweede fase blijft in stand.