ECLI:NL:RVS:2007:BB9445
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over ontheffing erfafscheiding en bouwvergunning Apeldoorn
Het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn verleende op 26 mei 2005 aan appellant sub 1 ontheffing en een lichte bouwvergunning voor het plaatsen van een erfafscheiding op een perceel in Apeldoorn. Appellant sub 2 maakte bezwaar tegen dit besluit, waarop het college het bezwaar gedeeltelijk gegrond verklaarde en de bouwvergunning aanpaste. De rechtbank Zutphen verklaarde het beroep van appellant sub 2 gegrond en vernietigde het besluit op bezwaar.
Beide appellanten stelden hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak behandelde de zaak op 31 oktober 2007. De Afdeling oordeelde dat het college voldoende gemotiveerd had waarom de ontheffing was verleend, onder meer vanwege het transparante karakter van de erfafscheiding en het behoud van het stedenbouwkundige beeld en de verkeersveiligheid.
Verder werd geoordeeld dat het positieve advies van de welstandscommissie, hoewel een stempeladvies zonder motivering, toereikend was omdat het bouwplan voldeed aan de nieuwe welstandscriteria die op het moment van het besluit op bezwaar van kracht waren. Het hoger beroep van appellant sub 1 werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van appellant sub 2 ongegrond verklaard.
Ten slotte vernietigde de Afdeling het besluit van het college van 25 mei 2007 dat was genomen naar aanleiding van de uitspraak van de rechtbank, omdat de grondslag daarvan was komen te vervallen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en appellant sub 1 kreeg het griffierecht terugbetaald.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant sub 1 is gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd; het beroep van appellant sub 2 is ongegrond verklaard en het besluit van 25 mei 2007 vernietigd.