ECLI:NL:RVS:2007:BB9456
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- C.J.M. Schuyt
- P.B.M.J. van der Beek-Gillesen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bouwvergunning bedrijfswoning en bedrijfsloods ondanks bezwaar appellant
Het college van burgemeester en wethouders van Weert verleende op 16 augustus 2006 een vrijstelling en bouwvergunning voor de bouw van een bedrijfswoning en bedrijfsloods op een perceel ten behoeve van een akkerbouwbedrijf. Appellant stelde beroep in tegen dit besluit, dat door de rechtbank Roermond ongegrond werd verklaard.
Appellant voerde onder meer aan dat het bedrijfsplan waarop het college zich baseerde verouderd was en dat de locatie niet voldeed aan de eisen voor een volwaardig agrarisch bedrijf. Tevens stelde appellant dat het college geen vrijstelling had mogen verlenen vanwege het ontbreken van beleidsregels en strijd met de Handreiking Ruimtelijke Ontwikkeling Limburg.
De Raad van State oordeelde dat het bedrijfsplan, hoewel gedateerd, nog actueel was en dat het bedrijf van vergunninghouder wordt verplaatst naar het perceel. De rechtbank had terecht geoordeeld dat het perceel een op zichzelf staand en volwaardig agrarisch bedrijf betreft. Ook was er geen reden om aan te nemen dat het college niet in redelijkheid vrijstelling kon verlenen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.