Uitspraak
200700303/1) wordt het enkel mogelijk maken van het verrichten van arbeid en het niet verhinderen daarvan, opgevat als het laten verrichten van arbeid. De rechtbank heeft derhalve terecht geen grond gevonden voor het oordeel dat de staatssecretaris [appellante] ten onrechte heeft aangemerkt als werkgever in de zin van de Wav. Dat, naar [appellante] betoogt, de identiteit van de vreemdeling door de inspecteurs van de Arbeidsinspectie niet naar behoren is vastgesteld, doet, wat daar ook van zij, aan het vorenstaande niet af. Door [appellante] is niet betwist dat de vreemdeling niet rechtmatig in Nederland verbleef. Het was de vreemdeling derhalve niet toegestaan in Nederland arbeid te verrichten.