ECLI:NL:RVS:2007:BB9497
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- G.A.A.M. Boot
- Rechtspraak.nl
Weigering bouwvergunning voor vergroting berging in veenweidegebied
Het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad weigerde op 4 oktober 2005 een bouwvergunning en vrijstelling voor het legaliseren van een berging die groter was dan de verleende vergunning. De berging was 135 m2 terwijl de vergunning slechts 90 m2 toestond, en het extra gedeelte van 45 m2 was gebouwd op grond met de bestemming 'Veenweidegebied', wat in strijd was met het bestemmingsplan.
De rechtbank Haarlem verklaarde het beroep van appellant tegen deze weigering ongegrond. Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college in redelijkheid kon weigeren omdat het gemeentelijk beleid, zoals vastgelegd in de nota Erfbebouwing, bijgebouwen toestaat tot maximaal 50 m2. Verder zou de vergroting leiden tot aantasting van het veenweidegebied en verdere verdichting van de lintbebouwing, wat tegen het beleid ingaat.
Het betoog van appellant dat het grootste deel van de berging al vergunning had en dat niemand hinder ondervond, bood geen grond om van het beleid af te wijken. Ook werd het vertrouwensbeginsel en motiveringsbeginsel niet geschonden. De Afdeling bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de bouwvergunning bevestigd.