ECLI:NL:RVS:2007:BB9503
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- P.A. Offers
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen weigering bewijs van rechtmatig verblijf wegens vervallen tewerkstellingsvergunning
Appellanten hadden beroep ingesteld tegen besluiten van de minister van Vreemdelingenzaken en Integratie die hun aanvraag voor een bewijs van rechtmatig verblijf met het verblijfsdoel arbeid in loondienst weigerden. De rechtbank verklaarde deze beroepen niet-ontvankelijk omdat het vereiste van een tewerkstellingsvergunning was komen te vervallen per 1 mei 2007, waardoor appellanten geen belang meer zouden hebben.
De Raad van State oordeelt dat het vervallen van de tewerkstellingsvergunning niet automatisch betekent dat appellanten het gewenste document reeds hebben ontvangen. Hierdoor hebben zij nog steeds belang bij een inhoudelijke beoordeling van hun verzoek. De rechtbank heeft dit niet onderkend, waardoor haar uitspraak wordt vernietigd.
De zaken worden naar de rechtbank terugverwezen voor verdere behandeling. De Raad van State bepaalt tevens dat de rechtbank zal beslissen over de proceskosten die appellanten in hoger beroep hebben gemaakt. De Staat wordt verplicht het betaalde griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en de zaken worden terugverwezen voor inhoudelijke beoordeling.