Uitspraak
200507378/1, heeft de Afdeling, voor zover hier van belang, de beroepen tegen de in de POL-aanvulling Grensmaas vervatte concrete beleidsbeslissing ongegrond verklaard.
Raad van State
Bij besluiten van 31 oktober 2006 verleende de minister van Verkeer en Waterstaat en het college van gedeputeerde staten van Limburg vergunningen aan het Consortium Grensmaas B.V. voor ontgrondingen in het kader van het Grensmaasproject. Appellanten stelden beroep in tegen deze besluiten vanwege onder meer geluidsoverlast, visuele hinder, monitoring van waterstanden, zwerfvuil en schade aan woningen.
De Raad van State oordeelde dat de vergunningen in lijn waren met het provinciaal omgevingsplan en dat de geluidnormen en monitoring van waterstanden adequaat waren. Wel werd vastgesteld dat het besluit in strijd was met het zorgvuldigheidsbeginsel omdat in voorschrift 5.2 van de ontgrondingsvergunning geen voorziening was getroffen voor de aanpak van zwerfvuil. Dit onderdeel van het besluit werd vernietigd.
Verder werden de beroepen van appellanten sub 1 en 2 voor het overige en die van appellanten sub 3 ongegrond verklaard. Het college van gedeputeerde staten van Limburg werd veroordeeld in de proceskosten van appellanten sub 1 en tot vergoeding van griffierechten aan appellanten sub 1 en 2. De uitspraak trad in de plaats van het vernietigde besluitgedeelte.
Uitkomst: Het besluit van het college van gedeputeerde staten van Limburg is vernietigd voor het ontbreken van een zwerfvuilaanpak in voorschrift 5.2; overige beroepen zijn ongegrond verklaard.