Art. 19 planvoorschriften bestemmingsplan Stokhoek Herziening 1988Art. 44, eerste lid, WoningwetArt. 43, eerste lid, Wet op de Raad van StateArt. 41, vijfde lid, Wet op de Raad van State
AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Gegrondverklaring hoger beroep tegen weigering bouwvergunning tankstation
Het college van burgemeester en wethouders van Sint-Michielsgestel verleende op 4 oktober 2005 een bouwvergunning voor de oprichting van een tankstation op een perceel met bestemming 'Garagebedrijf (GB)'. Wederpartijen maakten bezwaar tegen deze vergunning, dat door het college ongegrond werd verklaard. De rechtbank 's-Hertogenbosch verklaarde het beroep van wederpartijen gegrond en vernietigde het besluit van het college, stellende dat het bouwplan in strijd was met artikel 19 vanPro het bestemmingsplan.
Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State en betoogde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de verkoop van motorbrandstoffen ondergeschikt moest zijn aan het garagebedrijf. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat artikel 19 vanPro het bestemmingsplan de oprichting van bouwwerken ten behoeve van een tankstation toestaat, aangezien de verkoop van motorbrandstoffen wordt begrepen onder het begrip garagebedrijf.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van wederpartijen ongegrond. Tevens werd bepaald dat het door appellant betaalde griffierecht wordt terugbetaald. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 19 december 2007.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het beroep van wederpartijen ongegrond; de bouwvergunning voor het tankstation blijft van kracht.
Uitspraak
200703550/1.
Datum uitspraak: 19 december 2007
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend te [woonplaats],
tegen de uitspraak in zaak nr. 06/2308 van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 11 april 2007 in het geding tussen:
[wederpartijen], beiden wonend te [woonplaats],
en
het college van burgemeester en wethouders van Sint-Michielsgestel.
1. Procesverloop
Bij besluit van 4 oktober 2005 heeft het college van burgemeester en wethouders van Sint-Michielsgestel (hierna: het college) aan [vergunninghoudster] bouwvergunning verleend voor het oprichten van een tankstation op het perceel [locatie] te Sint-Michielsgestel (hierna: het perceel).
Bij besluit van 14 maart 2006, voor zover thans van belang, heeft het college het daartegen door onder meer [wederpartijen] gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 11 april 2007, verzonden op 18 april 2007, heeft de rechtbank 's-Hertogenbosch (hierna: de rechtbank) het daartegen door [wederpartijen] ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 14 maart 2006 vernietigd en bepaald dat het college een nieuw besluit neemt met inachtneming van hetgeen in die uitspraak is overwogen. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief, die op 23 mei 2007 bij de Raad van State is ingekomen, hoger beroep ingesteld. De gronden van het beroep zijn aangevuld bij brief van 15 juni 2007. Deze brieven zijn aangehecht.
Na afloop van het vooronderzoek is een nader stuk ontvangen van [vergunninghoudster]. Dat is aan de andere partijen toegezonden.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 26 november 2007, waar appellant in persoon, bijgestaan door mr. J. Schoneveld, en het college, vertegenwoordigd door J.D.J.M. Klinkenberg, ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen. Voorts is als partij gehoord [1 wederpartij], verschenen in persoon en bijgestaan door L. Sanders.
2. Overwegingen
2.1. Bij brief van 26 februari 2007 heeft het college [vergunninghoudster] bericht dat de bouwvergunning op haar verzoek is overgeschreven op naam van appellant.
2.2. Op grond van het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Stokhoek Herziening 1988" (hierna: het bestemmingsplan) rust op het perceel de bestemming "Garagebedrijf (GB)".
Ingevolge artikel 19 vanPro de bij het bestemmingsplan behorende voorschriften (hierna: de planvoorschriften) mogen op de als zodanig bestemde gronden uitsluitend bouwwerken, daaronder begrepen een bij het bedrijf behorende woning, ten behoeve van de uitoefening van een garagebedrijf - de verkoop van motorbrandstoffen, uitgezonderd de opslag en verkoop van vloeibaar petroleumgas (LPG), daaronder begrepen - worden gebouwd.
2.3. Appellant komt op tegen het oordeel van de rechtbank dat het bouwplan in strijd is met artikel 19 vanPro de planvoorschriften. Daartoe betoogt hij dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat uit dat artikel volgt dat de verkoop van motorbrandstoffen ondergeschikt dient te zijn aan het garagebedrijf.
2.3.1. Dit betoog slaagt. Artikel 19 bepaaltPro, voor zover hier van belang, dat op gronden met de aanduiding "Garagebedrijf (GB)" uitsluitend bouwwerken ten behoeve van de uitoefening van een garagebedrijf mogen worden gebouwd, en dat onder een garagebedrijf ook wordt begrepen de verkoop van motorbrandstoffen. Daaruit volgt dat het oprichten van bouwwerken ten behoeve van een tankstation, zoals aangevraagd, is toegestaan. De rechtbank heeft dat miskend.
2.4. Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het door [wederpartijen] bij de rechtbank ingestelde beroep ongegrond verklaren, nu hetgeen zij in beroep hebben aangevoerd geen grond betreft waarop ingevolge artikel 44, eerste lid, van de Woningwet de verlening van de bouwvergunning mag worden geweigerd.
2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. In deze situatie is er geen aanleiding te bepalen dat het door appellant in hoger beroep betaalde griffierecht door de gemeente Sint-Michelsgestel wordt vergoed. Een redelijke toepassing van artikel 43, eerste lid, van de Wet op de Raad van State brengt met zich dat - naar analogie van artikel 41, vijfde lid - het griffierecht door de Secretaris van de Raad van State aan appellant wordt terugbetaald.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
I. verklaart het hoger beroep gegrond;
II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 11 april 2007 in zaak nr. 06/2308;
III. verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep ongegrond;
IV. bepaalt dat de Secretaris van de Raad van State aan appellant het door hem betaalde griffierecht ten bedrage van € 214,00 (zegge: tweehonderdveertien euro) voor de behandeling van het hoger beroep terugbetaalt.
Aldus vastgesteld door mr. M. Vlasblom, Voorzitter, en mr. W. Konijnenbelt en mr. W.D.M. van Diepenbeek, Leden, in tegenwoordigheid van mr. A.L.M. Steinebach-de Wit, ambtenaar van Staat.