ECLI:NL:RVS:2007:BC0526
Raad van State
- Hoger beroep
- B. van Wagtendonk
- C.W. Mouton
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete wegens niet voorkomen beknelling werknemer bij funderingswerkzaamheden
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde een bestuurlijke boete van €5.400,- op aan [appellante], een bedrijf met circa 217 werknemers, wegens overtreding van artikel 16, tiende lid, van de Arbowet 1998 in samenhang met artikel 3.17 van het Arbobesluit. Dit volgde op een arbeidsongeval op 16 augustus 2005 waarbij een werknemer bekneld raakte door een losgekomen stuk fundering en ter observatie in het ziekenhuis werd opgenomen.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van [appellante] ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Raad van State. [Appellante] voerde aan dat zij conform instructies had gewerkt, dat de fundering niet was ondergraven en dat de ziekenhuisopname niet duidde op ernstig letsel. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de overtreding vaststaat omdat geen maatregelen waren getroffen om het gevaar van beknelling te voorkomen of te beperken.
Verder werd geoordeeld dat de werkgever onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat haar geen verwijt kon worden gemaakt. De opname in het ziekenhuis binnen 24 uur voldeed aan de definitie van ernstig letsel volgens de Arbowet. Er waren geen bijzondere omstandigheden die tot verlaging of intrekking van de boete konden leiden. De boete van €5.400,- werd derhalve bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €5.400,- wegens het niet voorkomen van beknelling van een werknemer.