ECLI:NL:RVS:2007:BC0694
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen opheffing vreemdelingenbewaring wegens onvoldoende actueel vermoeden illegaal verblijf
De zaak betreft een hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank ’s Gravenhage die het beroep van een vreemdeling tegen vreemdelingenbewaring gegrond verklaarde en de maatregel opheefde. De vreemdeling was op 19 oktober 2007 staande gehouden op basis van een tip van 12 juni 2007 over illegaal verblijf van Chinezen op een adres in Rotterdam.
De rechtbank oordeelde dat de tip na drie maanden onvoldoende actueel was om een redelijk vermoeden van illegaal verblijf te ondersteunen. De staatssecretaris stelde dat de tip wel actueel was en dat de staandehouding terecht was op grond van artikel 50, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
De Raad van State stelde vast dat de tip, ondanks het tijdsverloop van drie maanden, voldoende actueel was en dat de rechtbank ten onrechte het tijdsverloop vergeleek met een eerdere zaak waarin het bijna tien maanden bedroeg. De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank, verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 10 december 2007.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de vreemdelingenbewaring blijft in stand.