ECLI:NL:RVS:2007:BC1099
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens ontbreken nieuwe feiten
De vreemdeling had een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel ingediend die door de minister van Vreemdelingenzaken en Integratie op 18 juli 2005 werd afgewezen. De rechtbank 's-Gravenhage had dit besluit vernietigd en het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard. De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat bij herhaalde aanvragen een rechterlijke toetsing slechts mogelijk is indien er nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zijn die relevant zijn voor de aanvraag. De vreemdeling stelde dat zij geen contact kon krijgen met haar familie en dat de situatie voor alleenstaande vrouwen in Noord-Irak was verslechterd, maar kon niet aantonen dat zij als alleenstaande vrouw moest worden aangemerkt.
De Raad van State oordeelde dat de gestelde verslechterde situatie niet als nieuw feit of veranderde omstandigheid kon worden aangemerkt. Daarom werd het hoger beroep van de minister gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.