ECLI:NL:RVS:2007:BC1397
Raad van State
- Hoger beroep
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- H. Borstlap
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke vernietiging milieuvergunning wegens onvoldoende emissievoorschriften zwaveldioxide en ammoniak
Het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland heeft op 18 december 2006 de milieuvergunning voor Zavin B.V. gewijzigd in verband met het Besluit verbranden afvalstoffen (Bva). De stichting Werkgroep Derde Merwedehaven stelde beroep in tegen dit besluit wegens onvoldoende milieubescherming.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het beroep deels niet-ontvankelijk was omdat de stichting niet alle bedenkingen tijdig had ingebracht. De beoordeling richtte zich op de emissievoorschriften van het Bva en de toepassing van beste beschikbare technieken volgens de Wet milieubeheer.
De Afdeling concludeerde dat de emissiegrenswaarden voor zwaveldioxide niet binnen de prestatierange van het BREF WI vallen en het college het Bva op dit punt buiten toepassing had moeten laten. Ook was de motivering voor periodieke in plaats van continue meting van zwaveldioxide onvoldoende. Voor ammoniak ontbrak onderzoek naar reductiemogelijkheden, waardoor het college niet voldeed aan de zorgvuldigheidsplicht. Voor andere stoffen was het beschermingsniveau toereikend.
De Afdeling verklaarde het beroep gedeeltelijk gegrond, vernietigde de voorschriften over zwaveldioxide en ammoniak, en gaf het college de opdracht binnen 13 weken een nieuw besluit te nemen. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot wijziging van de milieuvergunning is gedeeltelijk vernietigd vanwege onvoldoende emissievoorschriften voor zwaveldioxide en ammoniak.