ECLI:NL:RVS:2007:BC1583
Raad van State
- Hoger beroep
- T.M.A. Claessens
- A.W.M. Bijloos
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak vreemdelingenbewaring na tijdsverloop van negen maanden
Appellant was in vreemdelingenbewaring gesteld bij besluit van 17 oktober 2007. De rechtbank 's Gravenhage verklaarde het beroep van appellant ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Appellant stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om schadevergoeding.
In hoger beroep klaagde appellant onder meer dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat een tijdsverloop van negen maanden sinds de opheffing van de eerdere inbewaringstelling als zodanig lang kon worden aangemerkt, waardoor geen nieuwe feiten en omstandigheden hoefden te worden beoordeeld. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat dit tijdsverloop niet als lang kan worden aangemerkt, maar dat de rechtbank op goede gronden had vastgesteld dat er wel degelijk zicht op uitzetting bestond.
De overige grieven faalden eveneens. De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank, zij het met verbetering van de motivering, en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er was geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak werd uitgesproken op 20 december 2007.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het verzoek om schadevergoeding af.