ECLI:NL:RVS:2008:BC1015
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- D. Roemers
- M.A.A. Mondt-Schouten
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake boete Wet arbeid vreemdelingen wegens ontbreken matigingsgrond
De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde aan [Restaurant] een boete van €8.000 op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Na bezwaar verklaarde de staatssecretaris dit ongegrond, waarna de rechtbank Maastricht het beroep van [Restaurant] gegrond verklaarde en de boete matigde op grond van bijzondere omstandigheden.
De minister stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte bijzondere omstandigheden aannam die matiging van de boete rechtvaardigen. [Restaurant] was op de hoogte van de noodzaak van een tewerkstellingsvergunning en handelde bewust in strijd met de Wav.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van [Restaurant] ongegrond. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De zaak benadrukt de strikte naleving van de Wav en het ontbreken van ruimte voor matiging bij bewust handelen in strijd met de wet.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van [Restaurant] ongegrond, waardoor de boete van €8.000 in stand blijft.