ECLI:NL:RVS:2008:BC2087
Raad van State
- Hoger beroep
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhavingsbesluit bouwvergunning Papendrecht wegens overtreding bouwvoorschriften
Het college van burgemeester en wethouders van Papendrecht legde appellant op 1 december 2004 een last onder dwangsom op om bouwdelen die afwijken van de bouwvergunning van 26 mei 2000 te verwijderen of aan te passen. Appellant bouwde een opslag/schuur die groter was dan toegestaan. Het college verklaarde het bezwaar ongegrond en de rechtbank Dordrecht bevestigde dit in maart 2007. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep ontvankelijk was en dat appellant in strijd met artikel 40 van Pro de Woningwet had gehandeld door te bouwen zonder vergunning. Het college mocht daarom handhavend optreden. Er bestond geen concreet uitzicht op legalisatie omdat de oorspronkelijke bouwwerken al lang gesloopt waren en het overgangsrecht niet meer van toepassing was.
De rechtbank had terecht geoordeeld dat financiële schade en kapitaalvernietiging geen doorslaggevende redenen zijn om handhaving te weigeren. Ook het beroep op redelijkheid bij invordering van de dwangsom faalde, omdat dit een civielrechtelijke kwestie betreft. De Raad van State bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de handhaving tegen de overtreding van de bouwvergunning wordt bevestigd.