ECLI:NL:RVS:2008:BC2108
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- J.R. Schaafsma
- H. Borstlap
- Rechtspraak.nl
Beoordeling saneringsplan en vaststelling ernst en urgentie locatie Wagengouw te Broek in Waterland
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland stelde de ernst en urgentie vast van bodemverontreiniging op twee locaties te Broek in Waterland en stemde in met de ingediende saneringsplannen van HSB Vastgoed Holding B.V. en het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier.
Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten en stelde onder meer dat de omvang van het geval van verontreiniging onjuist was vastgesteld en dat onvoldoende maatregelen waren getroffen om verspreiding van verontreinigende stoffen te voorkomen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het beroep na een deskundigenbericht en een zitting waarbij alle betrokken partijen werden gehoord.
De Raad oordeelde dat de Wet bodembescherming niet vereist dat afdeling 3.4 van de Awb wordt toegepast, dat de omvang van het geval van verontreiniging terecht was beperkt tot het voormalige opslagterrein en de parallelsloot, en dat de technische en organisatorische samenhang met aangrenzende tuinen ontbrak. Tevens stelde de Raad vast dat het saneringsplan voldoet aan de eisen van artikel 38 van Pro de Wet bodembescherming, mede gelet op de standaard saneringsmaatregelen zoals het aanbrengen van een leeflaag en beschoeiing.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen de besluiten inzake de saneringsplannen en vaststelling ernst en urgentie wordt ongegrond verklaard.