ECLI:NL:RVS:2008:BC2314
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- D. Roemers
- M.A.A. Mondt-Schouten
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake boete Wet arbeid vreemdelingen wegens onjuiste beoordeling
De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde aan de wederpartij een boete van €24.000 op wegens het laten verrichten van arbeid door vreemdelingen zonder de vereiste tewerkstellingsvergunning, in strijd met artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De rechtbank Zwolle-Lelystad verklaarde het beroep van de wederpartij gegrond en vernietigde het boetebesluit.
De minister stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris onvoldoende feitenkennis had vergaard. Uit het boeterapport bleek dat drie vreemdelingen arbeid hadden verricht, namelijk het bereiden van maaltijden in de keuken van de wederpartij, wat onderdeel is van de kernactiviteiten van het restaurant.
De Afdeling overwoog verder dat de boetenormbedragen, vastgesteld in beleidsregels, rechtmatig zijn en niet in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel of het evenredigheidsbeginsel. De vennootschap onder firma van de wederpartij wordt gelijkgesteld aan een rechtspersoon, waardoor het boetenormbedrag van €8.000 per overtreding terecht onverkort is toegepast. De stelling dat de boete tot financiële moeilijkheden zou leiden, was onvoldoende onderbouwd.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep van de minister gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de wederpartij ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De boete van €24.000 wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen wordt gehandhaafd en het beroep van de wederpartij wordt ongegrond verklaard.