ECLI:NL:RVS:2008:BC2539
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M. Boll
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen niet-ontvankelijkheid bezwaar geluidbelasting spoorwegen
De staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer heeft bij besluit van 21 augustus 2006 de ten hoogste toelaatbare waarde van de geluidbelasting vanwege de spoorweg voor bepaalde woningen vastgesteld, evenals maatregelen om deze geluidbelasting te verminderen.
Appellant, wonend op circa 250 meter van de spoorweg, maakte bezwaar tegen dit besluit, stellende dat hij belanghebbende is omdat hij het geluidscherm en de treinen kan zien en horen. De staatssecretaris verklaarde zijn bezwaar niet-ontvankelijk omdat appellant niet als belanghebbende werd aangemerkt.
De Raad van State overweegt dat appellant geen belanghebbende is aangezien voor zijn woning geen ten hoogste toelaatbare waarde is vastgesteld en dat het zicht op het geluidscherm en het horen van treinen dit niet verandert. Ook met betrekking tot de vastgestelde maatregelen tot terugbrengen van geluidbelasting geldt dat appellant geen rechtstreeks belang heeft bij de subsidiëring daarvan.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en is het besluit van de staatssecretaris om het bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren terecht. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellant is ongegrond verklaard omdat hij geen belanghebbende is en zijn bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard.