ECLI:NL:RVS:2008:BC2554
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- W. van den Brink
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen intrekking spoorwegovergangbesluit gemeente Vught
De raad van de gemeente Vught besloot op 22 december 2005 om de spoorwegovergang Cromvoirtsepad te onttrekken aan het openbaar verkeer. Hiertegen stelden de vereniging Fietsersbond en Stichting Wandelplatform-LAW beroep in bij de rechtbank 's-Hertogenbosch, die deze beroepen ongegrond verklaarde op 2 april 2007. Vervolgens stelden beide appellanten hoger beroep in bij de Raad van State.
Op 13 december 2007 trok de gemeente Vught het oorspronkelijke besluit in en nam een nieuw besluit om de spoorwegovergang af te sluiten voor autoverkeer. Hierdoor verviel het belang van de appellanten om het hoger beroep inhoudelijk te laten behandelen. De Raad van State overwoog dat het ontbreken van een actueel belang tot niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep leidt.
De appellanten voerden nog aan dat zij belang hadden bij een proceskostenveroordeling, maar dit werd niet voldoende geacht om alsnog inhoudelijke behandeling te rechtvaardigen. Wel werd de gemeente Vught veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en griffierechten van de appellanten.
De Raad van State verklaarde de hoger beroepen niet-ontvankelijk en veroordeelde de gemeente tot vergoeding van proceskosten en griffierechten, waarmee de procedure werd afgesloten.
Uitkomst: Hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens vervallen procesbelang; gemeente Vught veroordeeld tot vergoeding proceskosten en griffierechten.