ECLI:NL:RVS:2008:BC3625
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- R.W.L. Loeb
- W. Konijnenbelt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schorsing visvergunning wegens overtreding technische visserijmaatregelen
Appellante kreeg een visvergunning die op 27 maart 2006 voor drie weken werd geschorst door de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit vanwege het aantreffen van een verboden binnenkuil in haar visnetten tijdens een controle op 8 maart 2006. Appellante maakte bezwaar tegen de schorsing, dat werd afgewezen door de minister en vervolgens ook door de rechtbank Middelburg.
In hoger beroep betoogde appellante dat de schorsing niet rechtsgeldig was omdat het beheer van visbestanden uitsluitend onder Europees recht valt en dat de schorsing als een strafrechtelijke sanctie ('criminal charge') moet worden beschouwd volgens het EVRM, waardoor haar rechten zouden zijn geschonden. De Raad van State oordeelde echter dat de nationale regeling die schorsing mogelijk maakt niet onverbindend is en dat de schorsing een herstelmaatregel is met als doel het visbestand rust te geven, niet een strafrechtelijke sanctie.
De Raad van State bevestigde dat de schorsing niet valt onder de definitie van een strafrechtelijke sanctie en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De schorsing van de visvergunning wordt bevestigd en het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard.