Uitspraak
200204566/1. Het college heeft in strijd met deze rechtsplicht gehandeld door bij brief van 20 maart 2006 te weigeren een besluit te nemen op het op 28 december 2004 door [appellant] verzonden bezwaarschrift.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Ede verleende op 17 november 2004 een bouwvergunning voor een sociaal-cultureel centrum/moskee. [Appellant] maakte bezwaar tegen dit besluit, waarop het college op 20 maart 2006 schriftelijk weigerde te beslissen. [Appellant] stelde beroep in bij de rechtbank, die dit niet-ontvankelijk verklaarde.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de schriftelijke weigering van het college als een besluit moet worden aangemerkt waartegen beroep mogelijk is. De voorzieningenrechter heeft ten onrechte het beroep van [appellant] niet-ontvankelijk verklaard. De Afdeling vernietigt de uitspraak van de voorzieningenrechter en de schriftelijke weigering van het college.
Echter, de Afdeling stelt vast dat [appellant] niet als belanghebbende kan worden aangemerkt omdat hij op meer dan 300 meter afstand woont, geen zicht heeft op het centrum en geen directe belangen worden geraakt. Daarom verklaart de Afdeling het bezwaar niet-ontvankelijk. De Afdeling veroordeelt het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan [appellant].
Uitkomst: Het bezwaar tegen het bouwvergunningsbesluit wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan rechtstreeks belang.