ECLI:NL:RVS:2008:BC3643
Raad van State
- Hoger beroep
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bouwvergunning voor woninguitbreiding ondanks bezwaren buurman
Het college van burgemeester en wethouders van Hardenberg verleende op 8 februari 2006 een lichte bouwvergunning voor de uitbreiding van een woning met een aanbouw van 2,83 meter hoog en een plat dak, grenzend aan het perceel van appellant. Appellant maakte bezwaar tegen deze vergunning vanwege aantasting van zijn woongenot, vermindering van uitzicht en lichtinval, verhoogde inbraakgevoeligheid en waardevermindering van zijn woning.
Het bezwaar werd door het college ongegrond verklaard en de rechtbank Zwolle bevestigde dit oordeel in haar uitspraak van 4 april 2007. Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de zaak op 11 januari 2008 behandeld waarbij appellant, het college en de vergunninghouder zijn gehoord.
De Raad van State oordeelde dat het college bij de beoordeling van de bouwvergunning uitsluitend de in artikel 44 van Pro de Woningwet genoemde weigeringsgronden mag toetsen. De door appellant aangevoerde bezwaren betreffen geen weigeringsgronden zoals uitzicht, lichtinval of waardevermindering. Omdat geen van de wettelijke weigeringsgronden zich voordeed, was het college verplicht de vergunning te verlenen.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bouwvergunning wordt bevestigd.