ECLI:NL:RVS:2008:BC4218
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- J.J. den Broeder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verwijdering voertuig van gehandicaptenparkeerplaats zonder geldige kaart
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 1 mei 2006 het voertuig van appellant laten verwijderen van een gehandicaptenparkeerplaats omdat het zonder zichtbare geldige gehandicaptenparkeerkaart was geparkeerd. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het college en later door de rechtbank werd afgewezen. In hoger beroep betoogde appellant dat het college niet bevoegd was tot handhaving omdat de officier van justitie de overtreding had afgewezen en dat het verkeersbord ongeldig was geworden na intrekking van de vergunning.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college op grond van de Wegenverkeerswet 1994 en gemeentelijke verordeningen bevoegd was bestuursdwang toe te passen en het voertuig te verwijderen. Het feit dat de officier van justitie het bezwaar van appellant gegrond had verklaard, deed hieraan niet af. Ook het verkeersbord moest worden opgevolgd in het belang van rechtszekerheid en verkeersveiligheid, ook al was het niet langer wettelijk geplaatst.
Verder werd overwogen dat gehandicaptenparkeerplaatsen beschikbaar moeten blijven voor alle gehandicapten met een geldige kaart en niet alleen voor bezoekers van de fysiotherapeutenpraktijk waarvoor de vergunning was verleend. Het college mocht de kosten van het wegslepen verhalen op appellant, die wist dat parkeren zonder geldige kaart niet was toegestaan. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot verwijdering van het voertuig en kostenverhaal wordt bevestigd.