Uitspraak
200206222/1(AB 2003, 355). Dit betoog slaagt reeds daarom niet, omdat die benadering, noch de in de uitspraak van 6 augustus 2003 in zaak nr.
200206222/1vervatte wijziging daarvan, betrekking hebben op oordelen van de Afdeling.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Assen had appellante op straffe van bestuursdwang gelast het assortiment van haar ruitersportcentrum aan te passen, waarbij maximaal 10% van het vloeroppervlak mocht worden gebruikt voor kleinschalige artikelen behorende tot lijst 2 van het perifere detailhandelsbeleid. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het college werd afgewezen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante gegrond en vernietigde het besluit, waarna het college werd opgedragen opnieuw te beslissen. Het hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State richtte zich tegen deze uitspraak van de rechtbank.
De Afdeling overwoog dat de rechtbank terecht het onderscheid tussen volumineuze en niet-volumineuze ruitersportartikelen heeft gehanteerd voor de indeling in lijst 1 en lijst 2. Ook is bevestigd dat artikelen die eenmaal in lijst 1 zijn ingedeeld niet later als lijst 2-artikel kunnen worden aangemerkt, en vice versa. Het betoog van appellante dat het college niet handhavend kon optreden vanwege een eerdere vrijstelling faalde eveneens.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.