Uitspraak
200705312/1 en 200705312/2, is het aan degene die een beroep doet op het overgangsrecht van een bestemmingsplan om aannemelijk te maken dat zodanig recht van toepassing is op een aanvraag om bouwvergunning. De rechtbank heeft ten onrechte overwogen dat [vergunninghouder] en het college daar in beroep wel in zijn geslaagd. In dat verband is allereerst van belang dat de gegevens waarop zij dat oordeel heeft gebaseerd, waaronder twee luchtfoto’s van 1973 en 1981, niet door [vergunninghouder] of het college zijn overgelegd, maar door [appellant]. Voorts is op die foto's wel een bouwsel te zien, maar daaruit valt niet op te maken of dat de schuur is waarop de bouwvergunning betrekking heeft, zodat daaruit evenmin kan worden afgeleid dat de schuur ten tijde van de ter inzage legging van het bestemmingsplan "Buitengebied" op 20 september 1977 ter plaatse aanwezig was. Dit betekent dat [vergunninghouder] noch het college aannemelijk hebben gemaakt dat het overgangsrecht van het bestemmingsplan "Buitengebied" op de schuur van toepassing was. Gelet op artikel 33, tweede lid, onder b, van de voorschriften van het bestemmingsplan, heeft het college zijn standpunt dat het bouwplan niet in strijd is met de overgangsbepalingen van het bestemmingsplan in bezwaar dan ook ten onrechte gehandhaafd. Derhalve heeft de rechtbank ten onrechte aanleiding gezien de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand te laten. Het betoog slaagt.