ECLI:NL:RVS:2008:BC4386
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning regulier wegens ontbreken rechtmatig verblijf echtgenoot
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage die de afwijzing van een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor een vreemdeling en haar minderjarige dochter onterecht als inmenging in het gezinsleven volgens artikel 8 EVRM Pro had beoordeeld.
De vreemdeling en haar dochter waren met een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) Nederland binnengekomen met het oog op gezinshereniging bij hun echtgenoot. Deze echtgenoot beschikte echter niet over een rechtmatig verblijf en zijn aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd waren afgewezen vanwege een gevaar voor de openbare orde.
De Raad van State oordeelt dat de afwijzing van de verblijfsvergunning geen inmenging vormt in het gezinsleven zoals bedoeld in artikel 8, tweede lid, EVRM, omdat de vreemdeling en haar dochter voorafgaand aan het besluit geen verblijfstitel hadden die hen feitelijk in staat stelde het gezinsleven in Nederland uit te oefenen. De afgifte van een mvv geeft geen gerechtvaardigde verwachting op verlening van een verblijfsvergunning. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: De afwijzing van de verblijfsvergunning vormt geen inmenging in het gezinsleven en het beroep wordt ongegrond verklaard.