Uitspraak
200600676/1) wel gevolgen voor de op het industrieterrein aanwezige bedrijven met zich brengen, waardoor deze in hun bedrijfsvoering kunnen worden belemmerd.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Nieuw-Lekkerland heeft op 21 oktober 2004 de vrijstelling en bouwvergunning geweigerd voor het vernieuwen van een woning op een perceel met de bestemming 'Industrie'. Deze weigering werd bevestigd na bezwaar en door de rechtbank Dordrecht in mei 2007. Tegen deze uitspraak stelde appellant hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het bouwplan voorziet in het vervangen van een dienstwoning door een gewone woning, hetgeen in strijd is met het bestemmingsplan dat uitsluitend dienstwoningen toestaat op het industrieterrein. Hoewel het industrieterrein gezoneerd is en de geluidgrenswaarden uit de Wet geluidhinder niet van toepassing zijn, kan de aanwezigheid van een woning op het terrein de bedrijfsvoering van omliggende bedrijven belemmeren.
De Raad van State oordeelde dat het college in redelijkheid de vrijstelling heeft kunnen weigeren, mede gelet op de beleidsvrijheid en het feit dat er in de nabijheid al andere woningen zijn gebouwd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van vrijstelling en bouwvergunning bevestigd.