ECLI:NL:RVS:2008:BC4714
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen weigering verblijfsvergunning wegens medische toestand en psychische stoornis
De vreemdeling verzocht om een verblijfsvergunning asiel, welke werd geweigerd. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moest nemen. De staatssecretaris stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat het arrest van het EHRM van 6 februari 2001 onvoldoende aanknopingspunten biedt om bij een psychische stoornis die niet in een vergevorderd en direct levensbedreigend stadium is, uitzonderlijke omstandigheden aan te nemen die uitzetting in strijd met artikel 3 EVRM Pro maken. De vreemdeling had niet aangetoond dat haar psychische stoornis zodanig ernstig was dat uitzetting onrechtmatig zou zijn.
Verder oordeelde de Afdeling dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de vreemdeling ambtshalve een verblijfsvergunning regulier had moeten krijgen. De staatssecretaris kon deze vergunning niet ambtshalve verlenen omdat voortgezet verblijf niet onder de wettelijke beperkingen valt.
De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er was geen grond voor een verblijfsvergunning op humanitaire gronden of vanwege medische omstandigheden.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de weigering van de verblijfsvergunning bevestigd.